De top van de Elbrus bereikt.
Genieten van het uitzicht.
Midzomernachtmarathon, Noorwegen.
Midzomernachtmarathon, Noorwegen.

Nieuws

 

Remon is nog lang niet uitgereisd en ook niet uitgelopen

Zo liep hij 25 juni in Noorwegen de Midzomermarathon. Hij deed dat ’s nachts, maar wel op “klaarlichte” nacht. Op deze site kunt u het verslag inclusief fotomateriaal bekijken van deze activiteit.

Eind juli/begin augustus heeft Remon de hoogste berg in Europa, de Ebrus op de grens van Rusland en Kazachstan beklommen. Volledig passend in het volgende doel in zijn sportieve carrière: de beklimming van de hoogste bergen van de zeven continenten. De “zeven summits” geheten. Hij wil afsluiten met de Mount Everest (8848m). In het voorjaar van 2000 is Remon in de Himalya al op grote hoogte, boven de 6000 meter, geweest.

De Kilimanjaro (5895m) in Afrika heeft Remon ook al beklommen. Na de beklommen Ebrus, resteren nog de Aconcagua in Zuid-Amerika (7000m), Mount McKinley in Noord-Amerika (6194m), de Mount Vinson op Antarctica (4897m) en de Carstens Pyramid in Oceanië (4884m).

Remon weet dat bij bergbeklimmen alles draait om acclimatiseren en dus is hij voor een heuse beklimming zo’n vier tot vijf weken van huis. Remon heeft er zin in. Indien gewenst en noodzakelijk wil hij zich ook bekwamen in de bergsport, want op dit moment kan hij – naar eigen zeggen – niet veel meer dan wandelen. “Klauteren kan iedereen, maar echt een berg beklimmen is andere koek.”

Uiteraard wil hij ook blijven hardlopen, eens per jaar 42.195 meter in een vreemde omgeving.

Marathons:
In december van 2011 wil hij in Europa nog een marathon lopen. Voor 2012 staat de Big Five marathon in Zuid-Afrika als het goed is op het programma. Een marathon in een wildpark, hardlopend tussen de leeuwen, olifanten, neushoorns, buffels en luipaarden. 

Klimmen:
December 2012 staat ook de Mount Vinson op Antarctica ( 4897 mtr ) en wellicht de Carstens Pyramid in Oceanie (4884 mtr)

 

 

Marathon nummer19:

Midzomernachtmarathon in Tromsø (Noorwegen) op zaterdag 25 juni 2011

Oorspronkelijk was het de bedoeling om net voor de grote zomervakantie met de groep “Antarctica” de Mont Blanc marathon te lopen. Maar helaas voor Karina, Miranda, Nico, Marcia en Remon waren de 41.195 meters volgeboekt. De midzomernachtmarathon in het Noorse Tromsø was een aardig alternatief.

“De Fransen wilden ons op een reservelijst plaatsen, maar daar hadden wij geen zin in”, vertelt Remon. “Samen met Wim Verhoorn, die ook weer mee ging, keken we naar alternatieve marathons en kwamen uit op die van Tromsø. Precies hetzelfde weekend, dus uitstekend passend in onze drukke agenda’s. We vertrokken vrijdag 24 juni. Aparte omstandigheden, want lopen op klaarlichte nacht is toch wel bijzonder. Zoals bekend wordt het boven de poolcirkel in de zomer niet donker en schijnt ook ’s nachts de zon. We hadden geluk, het was prachtig weer. Na het ophalen van de rugnummers in het gemeentehuis verkenden we de omgeving. Van de racedirecteur, die Willem heel goed kende, kregen we bovenop een berg een diner aangeboden. Via een prachtig kabelbaantje omhoog en genoten we tot laat in de zon van onze eerste dag in Noorwegen.”

Zaterdag stond in het teken van de marathon, die ’s avonds om half negen zou beginnen. “Na het ontbijt begon de twijfel; wanneer moet je nu eten en hoeveel? Normaliter is de start van een marathon ’s ochtends. Je eet de avond ervoor de nodige koolhydraten en je bent klaar voor de dag van morgen. Nu was het compleet anders en we gingen nadenken op welke manier we ons vaste eetpatroon moesten doorbreken. Reis je alleen, dan neem je zelf die beslissing. In een kleine groep is dat anders. Willem adviseerde om niet te vroeg te eten en dus zaten we om 16.00 uur, vierenhalfuur voor de start, aan het diner. Ik at, zoals gebruikelijk, twee flinke borden spaghetti. Nico volgde mijn voorbeeld en sloeg twee maaltijden lasagne achterover. Daar had hij, ondanks de rust van een paar uur voor de wedstrijd, behoorlijk veel last van.”

Uitgaansleven
“Nico wilde zijn PR (3.46) verbeteren en dus besloten we niet samen te lopen. Hij had er speciaal voor getraind. Met een tijd van 3.40 liep hij een dik persoonlijk record. Het parcours bestond trouwens uit twee lussen, altijd fijn. Want zo weet je ook een beetje hoe je loopt en waar het keerpunt is. Vervelend was wel dat de lopers van de halve marathon halverwege aansloten. Hierdoor was je het overzicht kwijt en was het ook frustrerend dat een snelle loper je voorbij snelde. Maar met een gebruikelijke tijd van drie uur en drie kwartier was ik weer tevreden. We finishten iets na twaalven. Volop zon, een graadje of 15 en heel veel (juichende) mensen op straat. Ideale omstandigheden. Na de welverdiende douche, gingen wij ook nog eventjes het uitgaansleven in. De kroegen sloten om drie uur, maar het bleef druk in het centrum. Opvallend veel dronken, zeg maar laveloze mensen op straat die bij de vele shoarmatenten nog iets aten. Wij gingen naar bed.”

De twee resterende dagen waren bedoeld om leuke dingen te doen en de omgeving te verkennen. “Zondag beklommen we, wandelschoenen aan, een plaatselijke berg. Wel lekker om zo de inspanning van een marathon uit de benen te lopen. ’s Avonds hebben we heerlijk vet gegeten:  grote steaks en veel friet. Op tijd naar bed, want maandag stond er veel op het programma. Weer een stevige wandeling door de bergen. Op zeker 1000 meter hoogte in een prachtig fjordengebied, zo’n uurtje rijden vanaf de bewoonde wereld. ’s Avonds weer op tijd terug voor de kanotocht op het schitterende heldere en vreselijk blauwe water. We spraken met onze begeleider, ook een echte avonturier. Hij was een halfjaar geleden in het Andes-gebergte geweest en heeft zich ook ten doel gesteld om de Seven Summits te beklimmen. In 2013 staat voor hem de Mount Everest op het programma. Geheel ongeschonden was hij niet uit de strijd gekomen. Zo mist hij, door bevriezing, enkele vingertoppen. De Twins waren gelijk bezorgd over mijn plannen. Maar dat is voor latere zorg. Volgens Tore, zo heette onze gids,  hoefde ik voor de komende reis naar Kazachstan niet bang te zijn. “De vliegreis er naar toe met een Russische Toepolev is het gevaarlijkste onderdeel”, verzekerde hij mij. We gaan het ervaren van 28 juli tot en met 13 augustus a.s..”

 

 

donderdag 28 juli tot en met dinsdag 9 augustus 2011

Elbrus was zwaarste opgave ooit

“Wat een avontuur” zijn de eerste woorden van Remon na terugkeer uit het Kaukasusgebergte. Het was afzien op de Elbrus de hoogste berg van Europa.

“Het was voor het organiserende Mountain Network een try out, afhankelijk van de bevindingen zou de Elbrus in het pakket worden opgenomen. De groep, bestaand uit tien klimmers en de begeleiders Serge (een al zes jaar in Nederland wonende Rus) en Lars, reisden afzonderlijk. Het meest ben ik opgetrokken met Felix en het echtpaar Jan en Laetitia “Ties”, we startten samen op Schiphol en hebben veel dingen samen gedaan.”

Vrijdag 29 juli werd Moskou bezocht. “Stadsbezoek stond op het programma. Voor mij, een jaar na mijn trip naar Siberië, een herhaling. Wel een prima gelegenheid om elkaar wandelend en varend beter te leren kennen. Zaterdag vlogen we in twee uur tijd naar Mineralnye Vody, een van de bekendste kuuroorden van Zuid-Rusland. Met een oud Yak 42-vliegtuig, een veredeld vrachtvliegtuig met ouderwetse kleuren en een smoezelige uitstraling, landden we veilig. We hebben even rondgelopen, echt spectaculair was de vervallen stad Mineralnye Vody niet. En dus was het ook niet erg om aan het eind van de middag met bestelbusjes richting Kislovodsk te rijden. Deze plaats op 1700 meter hoogte bereikten we na een uurtje rijden.”

Houten plaat
Op naar het hotel. “Zet dat maar tussen aanhalingstekens. Het was een groot woonhuis, waarvan de bovenverdieping was ingericht als slaapgelegenheid. Twee kamers voor twaalf mensen ging nog, maar 1 douche en 1 wc is wat minder. Behoorlijk behelpen, zeker omdat ik bovenop zolder sliep en daar was het bloedheet. Overdag wat het namelijk 30 graden in Kislovodsk en echt afkoelen deed het niet. De nacht was kort, vijf uur uit bed, zeven uur ontbijten in het centrum van de stad en een uurtje later met de Russische fourwheeldrive naar het basiskamp op 2500 meter. Een spectaculaire  rit, want de chauffeurs reden als coureurs. De omgeving was prachtig, een klein beetje genoten heb ik dus wel. Eenmaal aangekomen werden we verwelkomd door niet alleen klimmers,maar ook vol bewapende, Russische militairen. Er waren voor ons twee tenten. We sliepen op een grote houten plaat en na het uitrollen van ons eigen matje en slaapzak, was het best comfortabel. Eten deden we in de grote tent. Het was te doen, maar echt lekker was het niet. We gingen vroeg naar bed, als voorbereiding op de eerste acclimatiseringstocht van maandag 1 augustus.”

“Zeven uur ontbijt, met een afschuwelijk smakend bordje pap van Russische havermout of griesmeel. Mijn materiaal, klimgordel, stijgijzers, pickel, kleding en ook de vier dagen voor de reis opgehaalde schoenen werden goedgekeurd. Het tempo van de locale gids Denniz lag duidelijk te hoog. Waarschijnlijk heeft hij willen testen hoe goed de groep was. In ruim vier uur waren we 1200 meter geklommen tot bijna 3800 meter hoogte. Na een soepje en een macaroni keerden we terug naar het basiskamp.”

IJs- en ijskoud
Remon was blij dat hij er was. “Op advies van onze gids Denniz hadden we niet veel water meegenomen. Volgens hem waren er beekjes genoeg, maar die hebben we niet gezien. Door de hoge temperaturen en ook het tempo stikten we van de dorst, we waren zo door de minimale drankvoorraad heen. Beneden aangekomen heb ik een grote fout gemaakt, door direct ijs- en ijskoud water te drinken. Net voor het warme eten, niet slim. Want ik moest direct overgeven en de warme maaltijd bleef niet binnen. Op een slokje bouillon, moest ik de nacht in.”

Na een redelijk rustige nacht en een hapje pap, stond de verplaatsing naar Kamp 1 op het programma. “Ik had gelukkig trek en wist daardoor dat ik geen last had van hoogteziekte. Het tempo lag lager en dat was voor mij wel gunstig. Eenmaal aangekomen hadden we rust en konden we een beetje aansterken. Wel met z’n allen in een grote tent. Ik lag beneden en dat was wel lekker, omdat je dan iets meer ruimte boven je hoofd hebt. Vanaf dit kamp zouden we over een paar dagen ook de bergtop gaan beklimmen, het echte werk was begonnen.”

Rebellen
De volgende dag stond de acclimatiseringstocht naar de rotsen van Lenz op 4800 meter op het programma. “Maar het werd giga slecht weer. Storm, regen en hagel. De tocht werd afgeblazen. Ik was blij. Een extra rustdag was in mijn situatie niet verkeerd. Jammer dat we ’s middags wel verrast werden met een groep klimmers uit België en Nederland. Oorspronkelijk zouden zij via de makkelijke zuidkant de Elbrus beklimmen. Tot 3700 meter met een kabelbaan en dan met sneeuwscooters naar 4800 meter. Maar rebellen hadden de lift laten ontploffen en dus moest iedereen via de noordkant. Ook zij en uiteindelijk kregen wij zes man extra in onze toch al krappe tent van vijf bij vijf meter. Bovendien moest ook hun zeiknatte kleding binnen worden gedroogd.”

Donderdag 4 augustus knapte het weer zienderogen op en de acclimatisatietocht naar Lenz werd gelopen. “Voor het eerst in echte stijgijzers. Na een uur werden we met een lang touw aan elkaar verbonden, zodat je bij een eventuele val zou kunnen worden gered door een voor- of achterganger. Een te strak touw was niet prettig lopen, maar te slap was ook gevaarlijk omdat dan het gevaar bestond dat je verstrikt zou raken. Na vier uur waren we op 4800 meter hoogte. Martijn kon het niet meer bijbenen. Hij was doodop en gaf aan dat we zonder hem de omgeving moesten bekijken. Als een hond werd hij, ter voorkoming dat hij naar beneden rolde, aan een rotsblok vastgezet. Het was pittig, maar wel een goede training voor de dagen die kwamen. Slapen op deze hoogte was onmogelijk en dus daalden we, noodgedwongen, weer af naar kamp 1.“

No porec, no summit
De weg naar de top was dus lang en met een overbruggingshoogte van bijna 2200 meter bijzonder zwaar. Bewust was er na de acclimatiseringstocht weer een rustdag gepland. “Heerlijk relaxed konden we op vrijdag 5 augustus ons voorbereiden op de zogenaamde Topdag. Denniz en Serge keken aan het eind van de middag naar de lucht, de vorming van de wolken en zagen dat het goed was. In de nacht vertrokken we om 01.00 uur voor de klim naar de top. Met negen mensen, Martijn bleef achter, en drie gidsen kleedden we ons om elf uur ’s avonds aan. Een heel gedoe, met zestien mensen en slechts een lampje op je hoofd zoeken naar kleding en schoenen. Na het gebruikelijk ontbijt, maar deze keer met een uitdrukkelijk advies van Denniz “No porec (pap), no summit”, begonnen we aan onze klim. Met de bij Gerrit Plieger uit Meerkerk gekochte gelletjes, een halve liter warme thee en twee liter water ging ik op stap. Helaas was na korte tijd mijn water bevroren en omdat ook de thee snel op was, zat ik zonder drank. Gelukkig werd ik geholpen door mijn medereizigers, die wel hun water hadden geïsoleerd. Gaande de trip besloten we voor de 21 meter hogere, maar moeilijker bereikbare westtop te gaan. Bij Lenzrock begon het vreselijk te hagelen en te sneeuwen. Door de stevige wind, vond Denniz het onverantwoord om door te gaan en hij besloot naar beneden te gaan. Daar waren wij niet gelukkig mee en na goed overleg en vooral flink inpraten op de leiding, bekeken we de situatie van uur tot uur. We hadden weinig keus, omdat er voor ons geen reservedag meer was. We “moesten” vandaag naar de top.”

Het weer knapte iets op en de tocht werd rond zonsopkomst vervolgd. “Het werd zwaarder en zwaarder. De eerste twee dames haakten af, dat was iets onder de 5000 meter hoogte. Denniz ging terug met Baukelien en Marjolein. Vreemd, want hij was toch onze Russische expert. Met de zeer ervaren Alexander gingen wij voor de laatste 800 meter. Onderweg hadden we, gelet op de aanhoudende wind, inmiddels gekozen voor de oosttop. Maar onder leiding van Alexander liepen we steeds verder van die top vandaan, in zijn gedachten was hij gericht op de westtop en daar gingen we dan ook naar toe. Eenmaal weer bij zijn positieven, achtte hij de weg naar de westtop onhaalbaar en ook hij wilde terug. We hebben hem overgehaald dan maar de oosttop te bereiken. Met resultaat, na 11 uur lopen bereikten we om 12.00 uur ’s middags de Oost top. Anderhalf uur omgelopen, maar het was het meer dan waard. We hebben er even rondgekeken, maar hadden het met een gevoelstemperatuur van min 35 na en een windsnelheid van 80 km. per uur na vijf minuten snel gezien.”

Coca cola
“Bij een marathon ben je klaar bij de finish, maar op zo’n berg niet. Je moet terug naar de basis. Dat valt niet mee, je bent verzwakt en bij elke stap heb je de grootste moeite om je staande te houden. Het heeft wel wat, maar zwaar was het wel. Ik was dan ook blij dat ik rond vijf uur terug was. Iedereen in euforiestemming en een bewaard flesje coca cola van Felix smaakte opperbest. We waren verrot, maar voldaan. Na het delen van de ervaringen en een maaltijd, gingen we vroeg slapen. We sliepen uit tot tien uur, dat mocht ook wel. Het was tenslotte zondag.”

Terug naar het basiskamp en daar stonden busjes klaar om ons terug naar de bewoonde wereld te brengen. Felix, Jan, Ties en ik lieten ons verwennen en met toestemming van de leiding boekten wij een vier sterren hotel, met een lekker bed en een eigen douche. ’s Avonds aten we heerlijk vlees, groenten en frietjes. Een feestmaal. De volgende dag keken we nog rond in Kislovodsk, om dinsdag 9 augustus via Mineralnye en Moskou terug te vliegen naar Nederland. Een geweldig avontuur en niet te vergelijken met de Kilimanjaro, dit was echt bergbeklimmen. Als team zo’n berg aanvallen, want je bent wel heel erg op elkaar aangewezen. Indien iemand een zwakkere dag heeft, dan moet je hem of haar helpen en er doorheen slepen. Afvallers kun je op zo’n tocht eigenlijk niet gebruiken en dat is wel het mooie van deze reis. Het samenspel op een berg, elkaar steunen en spullen van een ander dragen. Volkomen anders dan een marathon, dan ben je puur individueel bezig. Bij bergbeklimmen duidelijk niet.”